|
| Laatste Reacties | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
| Meest Gelezen |
|---|
| Gerelateerde Berichten |
|---|
| Archief |
|---|
| Nickel van Duijvenboden / Geen spiegel kan je behoeden / No mirror can guard you |
|
'Het drong tot me door hoe ik over mezelf sprak: zoals zij, als een buitenstaander. Maar ik was het, die daar zat.'
Van de achterflap: Op mijn twintigste besloot ik voortaan de voorvallen vast te leggen waarvan ik het gevoel had dat ze bij mij een spoor zouden achterlaten. Ik gebruikte zo weinig mogelijk woorden en schreef bij voorkeur op de dag zelf, in een poging de vervormende werking van de herinnering tegen te gaan. Zo onstond op natuurlijke wijze een compact archief van 'incidenten', waarin het zelfbewustzijn steeds opnieuw een wig drijft in de alledaagse realiteit.
Naar aanleiding van dit boek stuurde ik Nickel per mail een aantal vragen. Hij stuurde zijn uitgebreide antwoorden terug en las ter aanvulling een aantal fragmenten voor. Lees het interview en beluister de fragmenten na de jump.
BVDH: De fragmenten gaan terug tot 2001. Was dat het begin van deze observaties? Waarom ben je er toe gekomen om het juist nu uit te geven als een boek?
Op 5 november 2001 werd ik op straat aangesproken door een wildvreemde die de weg wilde weten. Het leek een volstrekt triviaal voorval, maar toen ik mijn weg naar huis vervolgde voelde ik opeens een onbedwingbare impuls om voortaan dit soort momenten zeer minutieus op te schrijven. Ik wist niet waarom; ik ben gewoon aan de slag gegaan. Het drong pas recent tot me door dat ál mijn werk op basis van zo’n impulsief-compulsieve beslissing ontstaat, en dat het proces vervolgens bestaat uit het bewustworden waar die impuls vandaan kwam. Schrijven is voor mij een bewustwordingsproces. In het geval van Geen spiegel kan je behoeden heeft dat proces tot nu geduurd.
Als een buitenstaander – 28 april 2005 (1 min. 28 sec.)
BVDH: Een vraag over het enkele fragment: ik begreep van Marijn dat je heel veel schrapt. Hoe kom je uiteindelijk tot een keuze? Wat is voor jou binnen een fragment belangrijk?
In het kantoortje op de eerste verdieping – 15 december 2001, een van de allereerste observaties (59 sec.)
Wat taal betreft ben ik in ieder stukje op zoek naar een balans tussen precisie en openheid. Als je te beknopt wilt zijn, verlies je de dingen die een herinnering specifiek maken. Ik streef een soort uitgekleed realisme na: om alles wat je met de verbeelding wel aan kunt vullen weg te laten en juist datgene wat terloops gebeurt of tussen neus en lippen gezegd wordt zo letterlijk mogelijk weer te geven. Het terloopse krijgt dan een nadruk die het vanzelfsprekende van het moment als het ware doorkruist of ontregelt. In het beste geval ontstaat daardoor een soort gelaagdheid, die zich bij herhaaldelijk lezen ontvouwt. Een goed voorbeeld is de scène waarin ik met mijn vader en mijn broer in een weiland sta om een grote vlieger op te laten. Het is eigenlijk een visuele constellatie. In een paar zinnen wordt tastbaar dat mijn verhouding tot mijn broer heel anders is dan die tot mijn vader. Ondanks het gevloek is het een moment van volmaaktheid, van zeldzame eenvoud. Dan stel ik mijn vader uit het niets een doodgewone vraag waaruit blijkt dat onze relatie beperkt is tot afgebakende momenten en dat we ons daar allang bij hebben neergelegd. Taal helpt om het impliciete reliëf te geven.
De vlieger – 20 juni 2004 (1 min. 16 sec.)
BVDH: Ik moet je eerlijk zeggen dat ik er moeilijk ‘in’ kom. Ik vind je stukken op Endless Lowlands erg goed. Die geven mij vaak wat jij hier ergens een ‘perspectiefverschuiving’ noemt: een andere blik op de dingen. Daar was ik in dit boek ook naar op zoek, maar die kon ik eerlijk gezegd niet zo goed vinden. Zit er voor jou een dergelijke perspectiefverschuiving in? En kun je daar iets over zeggen? En is er daarin voor jou een overkoepelend verhaal?
NVD: Ik denk dat je de twee modi van schrijven niet met elkaar kunt vergelijken. In mijn beschouwende teksten probeer ik wel mijn eigen blik te definiëren, maar daarbij houd ik veel meer rekening met een lezer. In Geen spiegel kan je behoeden heb ik dat bewust achterwege gelaten. Ik ben van nature geneigd om heel erg vanuit de ander te denken, en me van daaruit ook voortdurend te willen verantwoorden. Het grappige is dat Geen spiegel daar eigenlijk over gaat, terwijl ik het als project juist heb aangegrepen om dat eindelijk van me af te werpen. Het is alsof ik wil zeggen: ik wil mezelf wel laten zien, maar ik ga geen rondleiding geven. Dat was een bevrijdende beslissing. En ergens logisch: als je een bepaald soort eerlijkheid nastreeft, dan moet dat buiten kijf staan en iedere vorm van zelflegitimering overboord gegooid worden. In die zin is de neiging tot zelflegitimering een handicap van de kunst – omdat het impliciet uitgaat van een verdenking. Natuurlijk hoop ik wel dat mensen zich herkennen in sommige scènes in het boek, en dat kunnen voor iedereen weer andere zijn.
foto: Richard Long, Throwing a Stone around MacGillycuddy’s Reeks, County Kerry, Ireland, 1977
BVDH: Het boek is tweetalig, Nederlands en Engels. Ik begreep van Evi dat je de Engelse vertaling zelf gedaan hebt. Waarom heb je die keuze gemaakt?
My unsuppressed rage – 25 June 2009 (1 min. 24 sec.)
BVDH: Mij is vaak gebeurd dat pas als iets tentoongesteld of uitgegeven was dat ik dan beter (echt?) kon zien wat het voor mij betekende. Is dat voor jou hierin ook zo? Hoe kijk je er nu tegen aan?
NVD: Zo is het precies. Deze dingen had ik voor het uitkomen van het boek niet zo duidelijk voor ogen. Het fotografische aspect heb ik tijdens het werkproces bijvoorbeeld helemaal over het hoofd gezien. In die zin is dit boek voor mij een stap terug – in de goede richting. Een soort herijking. Ik ben als fotograaf opgeleid en begon serieus te schrijven om geen beeld te hoeven maken. Zolang het schrijven deze rol heeft van vervanging van beeld, zul je de vraag krijgen: schrijf je nog? Wanneer ga je weer fotograferen? Alles staat in het teken van de vraag ‘Waarom schrijf ik eigenlijk?’ Maar in feite schreef ik al verhalen voordat ik naar de kunstacademie ging. Taal speelde een cruciale rol in mijn jeugd, ze staat dichter bij me dan het beeld. De noodzaak om te schrijven gaat dan ook verder dan het afzweren van beeld. Volgens mij moest dit boek gemaakt worden om tot een nulpunt te komen, de kiem van mijn schrijverschap. Het geeft een antwoord op de vraag waarom ik schrijf, zonder dat het meteen legitimerend hoeft te zijn. Dat geeft me een gevoel van vrijheid, van ruimte. Het boek heeft een bres geslagen.
Nickel van Duijvenboden Geen spiegel kan je behoeden / No mirror can guard you Roma Publications Met op de cover een afbeelding van Marc Nagtzaam, 'The First and the Last'
check: http://www.romapublications.org/
|