Blog
Programma
Onze jongens in..
Het atelier van..
What
Theorie
Contact
Links
Laatste Reacties
meeeeer
Meer...

vandaag? supershow wel!
Meer...

Deze vooroorlogse voorbeelden zijn...
Meer...

trieste zooi of niet barrie? je zou...
Meer...

...
Meer...

Nickel van Duijvenboden / Geen spiegel kan je behoeden / No mirror can guard you
 

Image


Dit jaar verscheen van Nickel van Duijvenboden 'Geen spiegel kan je behoeden' / 'No mirror can guard you' bij Roma Publications.

 

'Het drong tot me door hoe ik over mezelf sprak: zoals zij, als een buitenstaander. Maar ik was het, die daar zat.'

 

 

Van de achterflap:

Op mijn twintigste besloot ik voortaan de voorvallen vast te leggen waarvan ik het gevoel had dat ze bij mij een spoor zouden achterlaten. Ik gebruikte zo weinig mogelijk woorden en schreef bij voorkeur op de dag zelf, in een poging de vervormende werking van de herinnering tegen te gaan. Zo onstond op natuurlijke wijze een compact archief van 'incidenten', waarin het zelfbewustzijn steeds opnieuw een wig drijft in de alledaagse realiteit.

 

Naar aanleiding van dit boek stuurde ik Nickel per mail een aantal vragen. Hij stuurde zijn uitgebreide antwoorden terug en las ter aanvulling een aantal fragmenten voor. Lees het interview en beluister de fragmenten na de jump.

 

BVDH: De fragmenten gaan terug tot 2001. Was dat het begin van deze observaties? Waarom ben je er toe gekomen om het juist nu uit te geven als een boek?

 

Op 5 november 2001 werd ik op straat aangesproken door een wildvreemde die de weg wilde weten. Het leek een volstrekt triviaal voorval, maar toen ik mijn weg naar huis vervolgde voelde ik opeens een onbedwingbare impuls om voortaan dit soort momenten zeer minutieus op te schrijven. Ik wist niet waarom; ik ben gewoon aan de slag gegaan. Het drong pas recent tot me door dat ál mijn werk op basis van zo’n impulsief-compulsieve beslissing ontstaat, en dat het proces vervolgens bestaat uit het bewustworden waar die impuls vandaan kwam. Schrijven is voor mij een bewustwordingsproces. In het geval van Geen spiegel kan je behoeden heeft dat proces tot nu geduurd.
In 2001 was ik tweedejaars fotografie. Ik had nog helemaal geen scepsis ontwikkeld tegen het medium, zoals later. Misschien wilde ik onderzoeken of een zekere fotografische dimensie ook werkte in taal. Dit is in elk geval door het hele boek voelbaar, en ik benoem het in Perspectiefverschuiving – 21 januari 2005 als ik de fotograaf Garry Winogrand aanhaal: ‘I photograph to find out what something will look like photographed.’ Dat paste ik toe op schrijven.
Na enkele van die stukjes te hebben geschreven diende zich echter ook een inhoudelijk criterium aan. Zoals ik het toen zag, waren het stuk voor stuk momenten waarvan ik het gevoel had dat ik ze zou onthouden, of ze nou door merg en been gaan of volkomen triviaal zijn. Ons geheugen zit vol met momenten die er niet toe lijken te doen, maar stiekem doen ze dat natuurlijk toch. Anders zou je ze niet onthouden. Met die gedachte schreef ik ze op. Nu is het tien jaar later en kan ik het misschien iets specifieker benoemen: in alle opgetekende gebeurtenissen gaat het om het precieze ogenblik, de precieze uitspraak of gebeurtenis, waarbij ik me bewust wordt van mezelf door de blik van een ander.

 

 

Als een buitenstaander – 28 april 2005 (1 min. 28 sec.)

 

 

BVDH: Een vraag over het enkele fragment: ik begreep van Marijn dat je heel veel schrapt. Hoe kom je uiteindelijk tot een keuze? Wat is voor jou binnen een fragment belangrijk?
 
NVD: Ik schreef de meeste observaties als adolescent. Daar had ik vanaf een bepaald moment steeds meer moeite mee. Ik ontwikkelde een aversie voor de naïeve toon in sommige stukjes en op een bepaald moment beschouwde ik het project zelfs als mislukt. Dat kun je duidelijk zien: na 2006 komen er nauwelijks stukjes bij. In 2010 las ik het document opnieuw door en was erdoor verrast. Wat ik in de tussentijd had gedaan – voornamelijk fictie en abstracter werk – voelde ineens heel conceptueel en gemaakt. Ik wilde aanvankelijk een kleine selectie observaties publiceren als een soort tegenwicht, om te zeggen: dit ben ik ook. Maar eerst moest ik me de tekst opnieuw eigen maken. Dit heb ik gedaan door er als een redacteur naar te kijken. Het schiftingsproces heeft meer dan een jaar in beslag genomen. In veel van de fragmenten zijn hele alinea’s weggehaald; meer dan zestig stukjes haalden überhaupt het boek niet. Dat is ongeveer tweederde. Ik wilde dat de observaties zich beperkten tot de essentie, en ervoor zorgen dat ik ook nu niet kon ontsnappen aan de psychologische strekking ervan. Dat zit ook in de titel: hoe goed je jezelf ook denkt te kennen, je kunt niet aan jezelf ontsnappen. Ik wilde kortom dat de teksten betrekking hadden op het nu, en niet slechts op een verleden.

 

In het kantoortje op de eerste verdieping – 15 december 2001, een van de allereerste observaties (59 sec.)

 

Wat taal betreft ben ik in ieder stukje op zoek naar een balans tussen precisie en openheid. Als je te beknopt wilt zijn, verlies je de dingen die een herinnering specifiek maken. Ik streef een soort uitgekleed realisme na: om alles wat je met de verbeelding wel aan kunt vullen weg te laten en juist datgene wat terloops gebeurt of tussen neus en lippen gezegd wordt zo letterlijk mogelijk weer te geven. Het terloopse krijgt dan een nadruk die het vanzelfsprekende van het moment als het ware doorkruist of ontregelt. In het beste geval ontstaat daardoor een soort gelaagdheid, die zich bij herhaaldelijk lezen ontvouwt. Een goed voorbeeld is de scène waarin ik met mijn vader en mijn broer in een weiland sta om een grote vlieger op te laten. Het is eigenlijk een visuele constellatie. In een paar zinnen wordt tastbaar dat mijn verhouding tot mijn broer heel anders is dan die tot mijn vader. Ondanks het gevloek is het een moment van volmaaktheid, van zeldzame eenvoud. Dan stel ik mijn vader uit het niets een doodgewone vraag waaruit blijkt dat onze relatie beperkt is tot afgebakende momenten en dat we ons daar allang bij hebben neergelegd. Taal helpt om het impliciete reliëf te geven.

 

De vlieger – 20 juni 2004 (1 min. 16 sec.)

 

 

BVDH: Ik moet je eerlijk zeggen dat ik er moeilijk ‘in’ kom. Ik vind je stukken op Endless Lowlands erg goed. Die geven mij vaak wat jij hier ergens een ‘perspectiefverschuiving’ noemt: een andere blik op de dingen. Daar was ik in dit boek ook naar op zoek, maar die kon ik eerlijk gezegd niet zo goed vinden. Zit er voor jou een dergelijke perspectiefverschuiving in? En kun je daar iets over zeggen? En is er daarin voor jou een overkoepelend verhaal?

 

NVD: Ik denk dat je de twee modi van schrijven niet met elkaar kunt vergelijken. In mijn beschouwende teksten probeer ik wel mijn eigen blik te definiëren, maar daarbij houd ik veel meer rekening met een lezer. In Geen spiegel kan je behoeden heb ik dat bewust achterwege gelaten. Ik ben van nature geneigd om heel erg vanuit de ander te denken, en me van daaruit ook voortdurend te willen verantwoorden. Het grappige is dat Geen spiegel daar eigenlijk over gaat, terwijl ik het als project juist heb aangegrepen om dat eindelijk van me af te werpen. Het is alsof ik wil zeggen: ik wil mezelf wel laten zien, maar ik ga geen rondleiding geven. Dat was een bevrijdende beslissing. En ergens logisch: als je een bepaald soort eerlijkheid nastreeft, dan moet dat buiten kijf staan en iedere vorm van zelflegitimering overboord gegooid worden. In die zin is de neiging tot zelflegitimering een handicap van de kunst – omdat het impliciet uitgaat van een verdenking. Natuurlijk hoop ik wel dat mensen zich herkennen in sommige scènes in het boek, en dat kunnen voor iedereen weer andere zijn.
Mijn grootste hoop is dat ze ondergronds doorwerken; dat een lezer dingen meemaakt die hem aan een passage in mijn boek herinneren, en dat hij vervolgens weer gaat kijken hoe ik heb geprobeerd om dat gevoel zo bondig mogelijk op te schrijven. Zelf put ik in ieder geval veel troost uit literatuur die een ongemedieerd gevoel van herkenning oproept, zoals de autobiografische sleutelromans en dagboeken van Frida Vogels. Maar ook de wandelfoto’s van Richard Long en Hamish Fulton: die roepen datzelfde gevoel van herkenning op, juist door hun weerbarstigheid.

 

Image

foto: Richard Long, Throwing a Stone around MacGillycuddy’s Reeks, County Kerry, Ireland, 1977

 

 

BVDH: Het boek is tweetalig, Nederlands en Engels. Ik begreep van Evi dat je de Engelse vertaling zelf gedaan hebt. Waarom heb je die keuze gemaakt?
 
NVD: Ik richt me met dit boek in eerste instantie tot mensen in mijn directe omgeving, de mensen tot wie ik me verhoudt. De helft van hen spreekt geen Nederlands, maar ik wil ze toch direct, zonder tussenkomst, aanspreken. Ik werk vaak met vertalers en sommige zijn zo goed dat ze me de woorden uit de mond nemen. Daar leek dit project zich juist niet voor te lenen. Belangrijker nog is dat het vertaalwerk feitelijk onderdeel was van het redactieproces. Ik werkte al aan het Engels toen het Nederlands nog niet af was, en zodoende heeft de vertaling ook weer geleid tot significante wijzigingen in het Nederlands en hier en daar zelfs tot een andere selectie en volgorde. In eerste instantie was het plan om voor Nederlands en Engels een andere sequentie te maken en die door elkaar te weven in het boek. Daar heb ik uiteindelijk niet voor gekozen. Maar al die omtrekkende bewegingen hebben wel gezorgd dat ik helemaal in de tekst kon kruipen en kon zien wat het beste werkte. De keuze voor een associatieve volgorde, terwijl een chronologische voor de hand lag, is daar een voorbeeld van.

 

 

My unsuppressed rage – 25 June 2009 (1 min. 24 sec.)

 

 

BVDH: Mij is vaak gebeurd dat pas als iets tentoongesteld of uitgegeven was dat ik dan beter (echt?) kon zien wat het voor mij betekende. Is dat voor jou hierin ook zo? Hoe kijk je er nu tegen aan?

 

NVD: Zo is het precies. Deze dingen had ik voor het uitkomen van het boek niet zo duidelijk voor ogen. Het fotografische aspect heb ik tijdens het werkproces bijvoorbeeld helemaal over het hoofd gezien. In die zin is dit boek voor mij een stap terug – in de goede richting. Een soort herijking. Ik ben als fotograaf opgeleid en begon serieus te schrijven om geen beeld te hoeven maken. Zolang het schrijven deze rol heeft van vervanging van beeld, zul je de vraag krijgen: schrijf je nog? Wanneer ga je weer fotograferen? Alles staat in het teken van de vraag ‘Waarom schrijf ik eigenlijk?’ Maar in feite schreef ik al verhalen voordat ik naar de kunstacademie ging. Taal speelde een cruciale rol in mijn jeugd, ze staat dichter bij me dan het beeld. De noodzaak om te schrijven gaat dan ook verder dan het afzweren van beeld. Volgens mij moest dit boek gemaakt worden om tot een nulpunt te komen, de kiem van mijn schrijverschap. Het geeft een antwoord op de vraag waarom ik schrijf, zonder dat het meteen legitimerend hoeft te zijn. Dat geeft me een gevoel van vrijheid, van ruimte. Het boek heeft een bres geslagen.

 


Perspectiefverschuiving – 21 januari

 

 

 

Image

 

 

 

Nickel van Duijvenboden

Geen spiegel kan je behoeden / No mirror can guard you

Roma Publications

Met op de cover een afbeelding van Marc Nagtzaam, 'The First and the Last'

 

 

check:

http://www.nickelvd.nl/

http://www.romapublications.org/

http://www.marcnagtzaam.info/

 

 

Image

Categorie : Nieuws
Tags : Nickel van Duijvenboden, geen spiegel kan je behoeden, no mirror can guard you, roma publications, maar ik was het die daar zat, Marc Nagtzaam
Frank | 22-06-2011 01:00

Reacties (2)

moest een beetje denken aan de korte filmpjes van de new kids
j | 22-06-2011 16:24

Prachtig
Frank | 21-06-2011 09:23

Voeg je reactie toe



mXcomment 1.0.9 © 2007-2012 - visualclinic.fr
License Creative Commons - Some rights reserved