|
| Laatste Reacties | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
| Meest Gelezen |
|---|
| Gerelateerde Berichten |
|---|
| Archief |
|---|
| Hendrik Driessen opent Whatnight #1 |
|
Hendrik Driessen, directeur van de Pont, zal Whatnight #1 openen. Whatnight #1 = One Night only: Donderdag 9 April, mis m niet!
bij wijze van voorproefje een interview met HD uit 2006: Hendrik Driessen is geboren als zoon van een timmerman. Via MULO, HAVO/Pedagogische Academie op 'eigen kracht' naar de Rietveld Academie in Amsterdam. Na drie jaar MO-A en twee jaar MO-B was hij in 1976 klaar met de studie, maar niet rechttoe rechtaan met een studiebeurs. Altijd erbij of ervoor gewerkt. Eigenlijk had hij in Rotterdam geboren moeten zijn. Handen uit de mouwen en doen. Zo runde hij ook een pannenkoekenhuis op de Prinsengracht....
Op de Rietveld had hij Tijmen van Grootheest (nu directeur van deze Academie) leren kennen. Tijmen was enkele jaren ouder en werd docent op het Rijnlands Lyceum in Wassenaar. Met zijn leerlingen liep hij de deur plat van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar hij in 1976 zelf in dienst kwam als educatief medewerker. Hij vroeg Hendrik om cursussen kunstbeschouwing te komen verzorgen bij het Stedelijk Museum. In die tijd was Edy de Wilde nog directeur van het SM. In 1977 werd Hendrik assistent van Pierre Janssen bij het Gemeentemuseum Arnhem als Conservator Publieksbegeleiding. Pierre Janssen kon de enorme vraag naar rondleidingen (deels om de kunst maar grotendeels vanwege zijn eigen bekendheid) namelijk amper meer aan en zocht ondersteuning. Na een korte maar zeer leerzame periode bij Janssen keerde Hendrik in 1978 weer terug in Amsterdam, ditmaal full-time in dienst van het SM bij een nieuwe afdeling communicatie. Werkte aan de reeks Op het tweede gezicht en aan een nieuw maandbulletin. Begon er ook met sponsoring en werkte mee aan de grote afscheidstentoonstelling van directeur Edy de Wilde La Grande Parade. Werkte vanaf 1986 als adjunct-directeur en hoofdconservator bij het Van Abbemuseum in Eindhoven, waar hij nog steeds woont.
Begin 1989 raakte Driessen betrokken bij het project dat nu De Pont heet. Het bestuur van de mr. J.H. de Pont stichting vroeg hem als eerste directeur mede vorm te geven aan een nieuw initiatief op het gebied van de eigentijdse beeldende kunst, gefinancierd uit de nalatenschap van de stichter Jan de Pont (1915-1987). Vanuit de ruim geformuleerde doelstelling 'stimulering van de hedendaagse kunst' is vanuit het niets een museum neergezet dat alweer de nodige jaren ook internationaal bekend is. In den beginne was er niets, behalve een enthousiaste groep mensen en een som geld. De doelstelling was niet: bouw in Tilburg een museum voor moderne kunst. Museum was geen gegeven, evenmin de locatie Tilburg. Toch heeft het met medewerking van de gemeente een plek gekregen in de geboorteplaats van Jan de Pont, in het pand van een voormalige wolspinnerij die hij in 1969 uit een faillissement weer overeind had geholpen. Het gaat in De Pont niet specifiek om hoge bezoekersaantallen. Men wil geen blockbusters najagen, wel kwaliteit. Driessen wil met zijn kleine team (8 full-timers) de bezoeker lokken met een klassieke combinatie van werken uit de eigen collectie en tijdelijke tentoonstellingen. De bijzondere huisvesting biedt daarvoor bijzondere mogelijkheden, waardoor collectie en bruiklenen een spannende relatie met elkaar kunnen aangaan. In het begin waren er twee exposities per jaar, nu zijn het er iets meer. De bezoeker moet het gevoel krijgen dat het museum speciaal op hem of haar heeft zitten wachten. Het museum is eigenlijk een soort reservaat dat de bezoeker iets vertelt over de wereld door bepaalde zaken daaruit te isoleren of uit te vergroten.
Het museum is in de loop der jaren iets uitgebreid. Waar voorheen een kunstenaarsatelier was, staat nu een auditorium. In het voormalige kunstenaarsatelier heeft dezelfde Robert Zandvliet nog een tijdje gewerkt. In principe is er nog meer plek voor uitbreiding, maar dat is nog niet voorzien. In het auditorium worden met succes lezingen en kunstenaarsgesprekken gehouden, onder meer door Alex de Vries (ook gast op onze site). In het begin kwamen er zo'n 40 mensen op af, nu regelmatig 100. Het gaat daarbij vaak om Brabantse kunstenaars.
Toch is De Pont niet specifiek gericht op Tilburg. Van de Tilburgse School zijn er weliswaar drie leden opgenomen in de collectie (Marc Mulders, Reinoud van Vught en Guido Geelen), maar de blik is internationaal. Voor Hendrik gaat het niet alleen om de naam van de kunstenaar. Het gaat om dat ene, specifieke werk van de gewenste kunstenaar. Het kan tijd kosten om de kunstenaar zover te krijgen, maar het is fantastisch om uiteindelijk dat ene werk te kunnen bemachtigen voor een redelijke prijs. Nu is het een vorm van bevestiging als het Centre Pompidou, de Tate en zelfs het MoMa werk van De Pont in bruikleen vragen. De Pont is gratis te bezoeken voor jeugd tot 18 jaar. Er worden veel rondleidingen gegeven. Circa 450 per jaar, waarvan 300 voor scholen. De plaatselijke kunstacademie wordt veel ingeschakeld voor rondleidingen. Studenten kunnen zo ervaring opdoen en krijgen les 'kunstbeschouwen'. Hendrik schat dat circa een derde van de bezoekers regelmatig terugkeert. Hij heeft zelf geen specifieke voorkeur voor een medium zoals schilderij, beeld, video of fotografie. Hij kan alles mooi vinden, niet alleen modern, alles vanaf de oudheid. Ook in films ervaart hij soms beeldende kunst. Een ware omnivoor. Driessen is veel op pad, naar kunstenaars in hun ateliers, kunstbeurzen, galeries en andere musea. Galeries zijn erg belangrijk voor de (relatie met de) kunstenaar. Galeriehouders kunnen een steunpunt zijn in de vaak eenzame weg die een kunstenaar bewandelt. Zelf bezoekt hij ook vaak kunstenaars, mede ter mentale ondersteuning. Een kunstenaar hoeft niet per se een uitgebreid verhaal over zijn werk te vertellen. Vaak zijn de kunstenaars die er niets over kunnen zeggen minstens zo interessant als de bedreven prater! Vanzelfsprekend wordt hij overladen met documentatie van kunstenaars die ook wel eens willen exposeren in De Pont. Helaas, zo werkt het niet. Exposities kunnen soms wel tot stand komen met musea in het buitenland (bv. Pompidou in Parijs en Louisiana in Denemarken). Dat geldt ook voor catalogi. Die worden alleen nog maar gemaakt in samenwerking met anderen. Voor de KunstRAI zit hij als voorzitter in de jury van de Thieme Art Award 2006 (vorig jaar gewonnen door Jasper de Beijer). Van de vijf genomineerde kunstenaars zijn er dit jaar twee uit Duitsland. De vraag of hij nog dromen heeft om directeur te worden van een groter museum of een groots project omzeilt hij. Eigenlijk heeft hij een geweldige baan. Omgekeerd zullen er heel wat mensen zijn die zijn functie bij De Pont ambi�ren, maar wanneer dat ooit ter sprake zal komen is duister. Driessen zou wel eens tot zijn pensioen kunnen aanblijven. Wie we op korte termijn nog kunnen verwachten? Jan Andriesse, Keith Tyson en Sophie Calle. En wie staan er verder op zijn verlanglijstje? Het balboekje blijft voor de buitenwereld gesloten. Hij wil zich niet uitlaten over zijn persoonlijke voorkeuren. Hij wil niet van de daken schreeuwen waarom hij een bepaalde kunstenaar of een bepaald werk de moeite waard vindt. Bij openingen van exposities wordt door hem geen breed expos� gegeven. In stilte moet de bezoeker zelf uitvinden wat voor hem of haar de waarde is. Wie het mooi vindt vertelt het verder. Dus geen uitgebreide reclame-uitingen voor De Pont. Free publicity en mond-op-mond reclame doen hun werk. En in relatieve stilte is een fraaie collectie opgebouwd en komen er toch mooi ruim 50.000 bezoekers dit jaar over de (immense) vloer. De website van De Pont (Driessen kan zelf inloggen en aanpassingen doen) wordt goed bezocht, met circa 1500 bezoekers per dag, het gros uit Nederland en op de tweede plaats uit de Verenigde Staten. Er zijn dan ook de nodige buitenlandse kunstenaars in de stal zoals Bill Viola. Ook de blik van Driessen zelf is veel op het buitenland gericht. Op buitenlandse beurzen heeft hij contacten met galeries als Marian Goodman uit New York. Museumdirecteuren waar hij veel respect voor heeft zijn Nicolas Serota van Tate (Modern) in Londen, Neil Benezra van San Francisco MoMA, Dieter Schwarz van Kunstmuseum Winterthur en Guy Tosatto van Mus�e de Grenoble. Zijn ouders hebben hem niet de kunst met de paplepel ingegoten, maar ��n ding heeft hij wel van zijn vader meegekregen: Timmeren. Hij timmert aan de weg.
Benno Tutein Nolthenius, april 2006
|