|
Alexander Davidovič Brener (Russian: Александр Бренер) born 1957 in Alma-Ata, is a Russian-Jewish performance artist. His performances of note include defecating in front of a painting by Vincent Van Gogh at the Museum of Fine Arts in Moscow, having sex on city streets, vandalizing art work.
He was jailed in 1997 for painting a green dollar sign on Kazimir Malevich's painting Suprematisme. In the court case Brener said in his defense:
The cross is a symbol of suffering, the dollar sign a symbol of trade and merchandise. On humanitarian grounds are the ideas of Jesus Christ of higher significance than those of the money. What I did was not against the painting. I view my act as a dialogue with Malewitz.
He was sentenced to time in prison, where he wrote obosani pistolet. In the text he explains his beliefs and summarizes his actions.
He co-wrote BUKAKA SPAT HERE, Tattoos auf Gefängnissen, and Anti technologies of resistance with Barbara Schurz.
Brener is mentioned in passing in Stewart Home's novel Memphis Underground.
January 4, 1997
Alexander Brener, a 39 yeal old Russian performance artist (who first came to the attention of the art world after damaging a painting by Chinese artist Gu Wenda ), sprayed a green dollar sign over fellow Russian Kazimir Malevich's Suprematisme 1920-1927
On Saturday morning January 4th 1997,Brener after supposedly travelling to Amsterdam for the express purpose of damaging the painting sprayed a green dollar sign on the work. The oil on canvas painting depicts a white cross on a light grey background and Brener said he intended the dollar sign to appear nailed to the cross.
Brener surrended himself to museum security and in a statement made later to police demanded his work be viewed as a protest against "corruption and commercialism in the art world"1 and as such, performance art.
The Amsterdam Criminal Court felt otherwise and sentenced Brener to ten months imprisonment. Five months were suspended (with the time spent in pre-trial detention subtracted), and two year's probation during which time he was prohibited from entering the Stedelijk Museum. Brener supposedly engaged in a hunger strike during his prison term as a protest against the harsh penalty imposed on him.
In court Brener is recorded as saying 'The cross is a symbol of suffering, the $ a symbol of trade and merchandise. On humanitarian grounds are the ideas of Jesus christ of higher significance than those of the money. What I did WAS NOT against the painting, I view my act as a dialogue with Malewitz'2
The website Youth Against Internet contains further documentation and quotes from the courst case (albeit in clumsily translated English). It list his motive as thus "The art organsations are doubtful, they form an elite that takes care of its own means, and also ensures that succes is written in their name (..) Anyone passing by could have done this, it is a representation of an attitude towards/opinion about the closed world of art (..) Presently the paradox is: Malewitz wanted to change the world by his art, nowadays his statue is measured in $'s ".3
In A Letter of Support for Alexander Brener, February 11th 1997 the writers document Breners history of provocative 'performance art' or protest. One of the more entertaining of which occured in 1994 at the Fine Art Museum in Moscow, he shit his pants while standing infront of a Van Gough painting repeating the mantra "Vincent, Vincent." 4
He is quoted describing this action as 'a dialogue with the beginnings of modernism, where "excrement in pants" had a double meaning--both of great pleasure caused by the work of art and the notion of excrement as a symbolic materialization of the monolithic ideology that Van Gogh was placed in as its founder.'5
During a reading by avante guarde artist Dimitry Prigow, Brener jumped on stage shouting 'It's burning! It's burning!' while grabbing his own derriére in response to "Prigow's belief, that his poetry is a cold analysis".6 Prigow subsequently accused him of being a Fascist. Brener is also recorded as interrupting a reading by another Russian poet Jevgenij Jevtusenko where he stood up and repeated the phrase: 'Silence, my mother wants to sleep.'
Perhaps more controversial is his public masturbation on the diving platform of a swimming pool built during socialism on the site of a destroyed orthodox church that saw Brener arrested.
During the Russian war campaign in Chechniya, Brener is recorded going to Red Square in boxing get up and shouting in the direction of the Kremlin: 'Yeltsin, come out!'
It seems increasingly his performaces became more aggressive to property where during October 1995, in Ljubljana he performed three actions, during one of which he smashed a baroque window in the Opera house.
The following year saw him damage Gu Wenda's art in Stockholm and the year after brought the attack against the Malevich
The letter writers state "he doesn't believe in a political democracy, but he does believe in a democratic art - that is, an art of individuality fighting for mental and spiritual freedom and moral progress. Political democracy is impossible because it demands total responsibility of every member of the society. Therefore, art is a good tool, which should be used for democratic self-development."7
1998
‘EEN ONDERGEZEKEN PISTOOL’
Iets over het gevangenisdagboek van Aleksandr Brener
Aleksandr Brener. Dichter en performer. Geboren in 1957 in Alma Ata. Reeds in de eerste zin van zijn gevangenisdagboek - dat vandaag gepresenteerd wordt in Theater Zeebelt en werd uitgegeven door uitgeverij Ravijn - noemt Brener zich nadrukkelijk een 'Moskouse dichter' (3). Ook in andere passages van Een ondergezeken pistool - zoals de notities zijn getiteld, verschuilt Brener zich achter zijn Russische identiteit. Hij hekelt de moderne kunstenaars van zijn vaderland en verwijt hen dat ze dat ze 'de Russische cultuur in een monsterlijke leegte hebben gestort' (45). Verderop, als hij tentoonstellingen van de Wiener Aktionisten en Amerikaanse performers bestempelt als 'een grote tyfusbende', vervolgt hij: "Ik ben nu eenmaal een Russische kunstenaar en geen Belg" (52). Als zoveel Russen in ballingschap, gaat ook Brener gebukt onder heimwee en ontworteling. Op 1 februari 1997 noteert hij in zijn cel: "Ondanks alles is Rusland m'n lievelingsland. Mijn land. Ondanks de ongehoorde wreedheid, de talentloosheid, de hielenlikkerij, het gebrekkige geheugen, de platheid, de verveling, de doodsheid" (71). In zijn dubbele hoedanigheid als jood en dichter draagt Brener wanhopig en met knikkende knieën de holocaust en de Goelag Archipel op zijn schouders. Die last valt hem zwaar - ze doet hem kreunen en steunen, schreeuwen en smeken, huilen en kermen. Luister, luister, schreeuwt Brener, hoor mijn stem, hoor mijn smeekbede. Die kreet vormt de grondslag van Brener's poëzie: "Men kan krijsen om de verloren borst, zoals een kind doet. Men kan jammeren om een gesneuvelde vriend, om verdwenen geluk, om een overspelige vriendin. Dat vormt nu eenmaal de grondslag van menselijke klanken... De poëtische kreet is een kreet over alles... Je hoeft [als dichter] helemaal geen gedichten te schrijven, slaak maar gewoon een kreet" (10).
Brener's nadruk op zijn Russische achtergrond lijkt de zich als kosmopolitisch afficherende kunstwereld in verwarring te brengen. Nadat Brener in 1994 te Stockholm een installatie van Wenda Gu aan diggelen had geslagen en protest aantekende tegen de tweederangs behandeling die Russische deelnemers aan de tentoonstelling ten beurt viel, sprak de Franse kunstcriticus Olivier Zahm van ‘een daad van neo-fascisme’. Anderen hebben Brener als slavofiel of Russisch chauvinist bestempeld. Maar is bij Brener sprake van chauvinisme? In het begin van deze eeuw schreef de auteur Vladimir Korolenko: "Mijn vaderland is niet Rusland, mijn vaderland is de Russische literatuur". Bijna twee eeuwen lang vormde de literatuur en de poëzie in Rusland een laatste vrijplaats die uitzicht bood op rechtvaardigheid, vrijheid en waarheid - begrippen die vandaag onder het postmoderne fileermes zijn gestorven. Precies 150 jaar geleden, in het revolutiejaar 1848, overleed de Russische literatuurcriticus Vissarion Belinski - wellicht is Belinski het prototype van de Russische dichter en kunstenaar. Hij forceerde een radicale breuk met de literaire traditie en formuleerde het geweten van de Russische intelligentsia. Als persoon stond hij model voor de meest karakteristieke figuur in de Russische sociale roman: een verbijsterende idealist, roerend naïef, een geestdriftige figuur met een zuiver hart, het slachtoffer van omstandigheden, vaak komisch en tragisch tegelijkertijd, een verwarde denker die domme fouten maakt, zich onhandig gedraagt, die niet in staat is tot onoprechtheid, soms zwak en vol zelfbeklag, soms sterk en fel - maar nooit verliest hij zijn innerlijke waardigheid en zijn onverwoestbare morele persoonlijkheid. Dat is de ‘Russische poëzie’.
Al deze elementen vinden we ook terug in Een ondergezeken pistool: verbijstering, idealisme, onhandigheid, het slachtofferschap, het moralisme, het verlangen naar directheid en oprechtheid. Brener’s voorganger Belinski legde de grondslag van een nieuw soort literatuurkritiek: hij is niet geïnteresseerd in ideaaltypische mensbeelden of situaties, niet geïnteresseerd in aangereikte ethische instrumenten voor de verbetering van het leven, maar zoekt naar de persoonlijke levenshouding en praktijk van de individuele kunstenaar. Hoe oprecht en waarachtig is de auteur? Hoe sluiten diens levenspraktijk en het geschrevene op elkaar aan? Wat is de motivatie van de kunstenaar? Volgens Belinski kan objectieve waarheid slechts gevonden worden in de natuur, in de samenleving en in de harten van mensen. Voor neutrale analyses heeft Belinski geen belangstelling - dit leidt alleen maar tot cynisme en verstarring. Waarheid is geen bezit of een objectieve categorie, maar een levenspraktijk, louter gereserveerd voor hen die waarheid zoeken. Waarheid is geen aangelegenheid voor hen die neutraal zijn, gehoorzaam, laf of voorzichtig - waarheid is een levenspraktijk van mensen die bereid zijn hun bezittingen of achterhaalde denkbeelden te offeren; een praktijk waarin illusies, zelfbedrog en slaafse conventies voortdurend worden gehekeld en doorgeprikt.
Belinksi's belijdenis werd de belijdenis van de Russische intelligentsia. Belinksi zelf heeft gepoogd de waarheid te leven en te doorleven - dat hij in die praktijk veelvuldig van opvatting veranderde, zowel op filosofisch, artistiek en maatschappelijk gebied, heeft zijn critici – vooral van marxistische snit - doen concluderen dat hij een kameleon was: geen hechte beginselen, te ontvankelijk van geest, te ongedisciplineerd, te levendig. Belinski zelf verdedigde zich met deze woorden: "Waneer iemand zijn opvattingen over het leven en de kunst niet wijzigt, komt dat doordat hij zich eerder heeft toegewijd aan zijn eigen ijdelheid dan aan de waarheid". Tijdens het herlezen van een aantal essays van Belinski viel me op hoe groot de overeenkomsten zijn met Aleksandr Brener.
De enorme maatschappelijke en geestelijke onderdrukking van het Russische volk maakte de poëzie en de literatuur tot het laatste medium dat een zekere mate van vrije discussie mogelijk maakte. Stalin besefte dat ook: wie ooit een blik heeft geworpen op de eindeloze lijst met namen van de tienduizenden dichters die werden afgevoerd naar de strafkampen in Siberië, kan niet anders dan schreeuwen, huilen of jammeren. Deze toon, de toon van het machteloze jammeren, het onhandige stuntelen, het struikelen over woorden, een verlegen maar altijd agressieve schrijfstijl, gevoed vanuit een primitieve en vaak moralistische kern, is voorgoed doorgedrongen in de Russische literatuur en nooit meer verdwenen. Indien we met Korolenko spreken over 'het Russische karakter', dan doelen we op deze specifieke toon die ook opklinkt uit alle pagina's van Brener's Een ondergezeken pistool. Net als Belinski heeft ook Brener zich in dienst gesteld van de vernietiging van cynisme, neutraliteit, onwaarachtigheid, illusies en lafheid.
Het is hier waar Brener's 'Russische identiteit' moet worden gesitueerd. Zich vastklampend aan de waarheidspraktijken van zijn illustere voorgangers, trekt hij ten strijde tegen de westerse suprematie en het westerse cynisme dat de kunst en de cultuur tot op het bot heeft uitgehold. 'Verneuken die handel', schrijft hij dan ook in zijn dagboeknotities. In dit ‘verneukingsproces’ gaat zijn liefde vooral uit naar krachtige persoonlijkheden als Martin Luther King en Gandhi die grote bevolkingsgroepen voorgingen in hun strijd om zelfbeschikking en mondigheid. In de kunsten looft hij dwarse persoonlijkheden als Van Gogh, Rimbaud en Whitman, die nooit afweken van wat zij belangrijk achtten. Verwant als hij zich voelt aan het cultureel radicalisme van de twintigste eeuw - dada, surrealisme, situationisme, mei '68 - verwerpt Brener het produceren van kunstobjecten en kiest hij voor detournement, deconstructie en kunstsabotage. Teleurgesteld en verbijsterd door het hoge tempo waarin Russische dichters en kunstenaars na de val van de Berlijnse Muur een nieuwe nomenclatuur optrokken, heeft hij zich afgekeerd van constructieve inspanningen binnen de formele kaders van de beeldende kunst en de poëzie. Kunst en samenleving hebben elkaar niets meer te bieden; betekenis, kritiek en engagement lossen zich op in een warencirculatie; kunstwerken gaan van hand tot hand en laten louter sporen van dollarbiljetten achter; kunstkritieken zijn beursberichten geworden; musea zijn uitgegroeid tot boosaardige bastions van het culturele establishment.
Ter illustratie spoot Brener in het Stedelijk Museum te Amsterdam met groene verf een dollarteken over een doek van Malevich: Suprematisme. Wit kruis op een witte achtergrond. Het leverde hem geen discussie op over de windhandel binnen de kunst, maar een gevangenisstraf van een half jaar. Wellicht was zijn keuze voor een Nederlands museum een ongelukkige. Een goede vriend en geestverwant van Belinski, de auteur en balling Alexander Herzen, had omstreeks het midden van de vorige eeuw al een bijzondere belangstelling voor Nederland. Alle naties ontwikkelen zich, maar Holland, zo schreef hij, is de eerste maatschappij die tot stilstand is gekomen. Holland is het mooiste voorbeeld van het absolute kleinburgerdom, het land waarmee Europa grijs begint te worden. Omdat de revolutie hier is voltooid, kan de Hollandse revolutionair niet anders dan antirevolutionair zijn. In hart en nieren – het is zijn lot, dat hij met graagte draagt.
Het heeft mij, eerlijk gezegd, niet verbaasd dat Brener's daad door de kunstwereld van Nederland nauwelijks serieus werd genomen. Er volgde geen debat en geen onderzoek naar de motieven en achtergronden van Brener's dialoog met Malevich. Afgezien van enkele commentaren in Het Parool en het Amsterdamse actieblad Ravage, bleef het opvallend stil in Nederland. Brener schreeuwt, roept om aandacht en engagement, maar zijn publiek is al lang en breed verdwenen.
Maar elders, waar dat ook moge zijn, klinkt wellicht geen eenduidige menselijke stem meer, maar klinken vele stemmen: een aangenaam gefluister buiten de wanden van musea en galeries, graffiti op kale muren en in toiletten, radiopiraten in de ether, onzichtbare performances in kroeg en fabriek, websites in stille achterkamers, obscure tijdschriften in een vergeten kiosk, stand-up-poëzie in obscure kraakcafés. Heeft Brener wel oog voor deze stemmen? Of verlangt hij alsnog de bekommernis van een kunstwereld die hem al lang verlaten heeft?
Laat ik deze korte inleiding afronden en Aleksandr zelf aan het woord laten. De teloorgang van de menselijke stem, het verlies van betekenis en het gebrek aan engagement in de kunst, het verlangen naar 'democratische kunst'... dergelijke kwesties zijn niet onproblematisch en wellicht kunnen we hierover vanavond, in het gezelschap van Brener en andere kunstenaars, van gedachten wisselen. Met enige vertraging krijgt Brener dan toch zijn discussie in het ‘antirevolutionaire’ Nederland. Hoe ziet het programma eruit? Zo dadelijk zal Brener enkele passages voorlezen uit Een ondergezeken pistool. Daarna volgt een tweetal commentaren en wordt u van harte uitgenodigd deel te nemen aan het twistgesprek. Ter afsluiting presenteren Cor Gout, Frans Friederich en Henk Bakker een speciaal voor deze avond gecreëerde compositie. Maar laat ik nu het woord geven aan Aleksandr Brener.
http://web.archive.org/web/20070116125615/http://www.ljudmila.org/embassy/brener.htm
http://www.spoonfed.co.uk/spooners/tom-699/lecture-violence-to-endurance-extreme-curating-at-the-ica-495/
| Categorie : Nieuws |
| Tags : alexander, brener, een ondergezeken, pistool, dollarteken, malevitch, suprematisme, kapitalisme, boksen, russisch, poepen, van gogh, kunst, art |
|
|
|