|
Okwui Enwezor - The Artist as Producer in Times of Crisis |
|
deel 5 uit de serie over 'auteurschap'
OKWUI ENWEZOR
THE ARTIST AS PRODUCER IN TIMES OF CRISIS - 2004
In 2004 houdt Enwezor een korte lezing waarin hij ingaat op de tekst van Walter Benjamin 'The Author as Producer'
(zie deel 1 in deze serie).
Enwezor (Documenta 11) stelt dat de kunstenaar als individu met een zo authentiek mogelijke stem een product is van het kapitalistische westen. In tijden van crisis bereikt zo'n enkeling niets. Pas als kunstenaars zich verzamelen, kunnen ze een weerwoord bieden aan dominante bewegingen, zoals het globalisme.
In de postkoloniale Afrikaanse staten heerst crisis. De samenlevingen gaan gebukt onder armoede en dictatoriale regimes. Hulpprogramma's van de Wereldbank leiden volgens Enwezor slechts tot diepere ellende. De kunstenaars die er in deze landen in slagen een maatschappelijke verandering te bewerkstelligen, hebben hun eigen stem tijdelijk opgegeven ten gunste van een collectief.
Enwezor noemde het voorbeeld van de Kongolese kunstenaarsgroep Group Amos. Deze zette de grootste demonstratie op touw die ooit tegen Mubutu is gehouden. Hun creatieve, niet-gewelddadige acties omvatten radio-uitzendingen, artikelen, workshops, en video's; activiteiten die de grenzen van het museum overstijgen.
Enwezor zei te merken dat deze artistieke collectiviteit modieus begint te worden. Dit stemt hem omgerust. Hij wil niet dat dit fenomeen door musea als 'ornament', als 'radical chic' wordt omarmd. Dan verliest het zijn kritische kracht.
|
|
|
Roland Barthes - The Death of the Author |
|
Deel 4 in deze serie over auteurschap.
Roland Barthes - La mort de l'Auteur' - 1967
Hier in engelse vertaling. 'The Death of the Author' werd voor het eerst - in het engels - gepubliceerd in 'the American journal Aspen, no. 5-6 in 1967' en pas daarna, in 1968, in het frans in 'Magazine Manteia, no. 5'. Het is in het Nederlands vertaald als 'De dood van de Auteur'.
Ook in 'Het plezier van de tekst' spreekt Barthes over de dood van de auteur: "(...)...als instituut, is de auteur dood, zijn civiele status, zijn biografische persoon is verdwenen; opgelost...(...)", maar heel snel daarna bedenkt hij zich in deze tekst ook: "(...)...op een bepaalde manier, verlang ik naar de auteur..(...)"
In de dood van de Auteur gaat hij het meest uitgebreid in op deze problematiek.
Paul Depondt schrijft hierover in maart 2004 in de Volkskrant: Dát was Barthes' utopie. Ik citeer hier enkele stukken uit die tekst als inleiding:
"Alle geschriften van Barthes hebben uiteindelijk maar één groot thema concludeerde Susan Sontag in Writing Itself: On Roland Barthes: het schrijven zélf. In essentie is zijn werk literair. Sinds Gustave Flaubert heeft waarschijnlijk niemand zo briljant en hartstochtelijk nagedacht over wat schrijven is. Hij vergeleek doceren over de taal van een verliefde in het Collège de France met spel, lezen met Eros en schrijven met verleiding, naar het woord van de beroemde psychoanalyticus Jacques Lacan, jouissance, 'genot'; het zijn teksten die je als lezer compleet van de wijs brengen. Taal is voor Barthes iets fysieks en tactiels, hij heeft een erotische verhouding tot de taal: schrijven is papier voelen, een pen vasthouden; lezen is bladzijden beduimelen en aantekeningen krabbelen; denken is beelden zien, stemmen horen en met het lichaam voelen hoe het verlangen om te weten, te lezen en te schrijven vorm krijgt. Taalspel is liefdesspel.
Barthes hield zich bezig met de analyse van de taal, de geschreven taal, l'écriture zoals hij het noemde. De betekenis van een woord is niet vanzelfsprekend. Iets wat vertrouwd klinkt, moet je tot een vreemd voorwerp maken. Hij las en schreef tegendraads, hij wilde - om met Walter Benjamin te spreken - 'zijn tijdgenoten tegen de haren in strijken'; discussies over zijn werk moedigden hem aan zijn denken over literaire en andere teksten op het scherp van de snede te verwoorden. Alles bij Barthes gaat over twee kerngedachten: een literaire tekst is geen uitspraak van de schrijver van die tekst en het is kennelijk ook geen afbeelding van de werkelijkheid waarover die tekst gaat.
Die gedachten zijn het duidelijkst geformuleerd in de nu vertaalde essays La mort de l'Auteur (mét hoofdletter: de Auteur-God, zo iemand die voortdurend zijn leven met zijn oeuvre verstrengelt) en L'effet de réel over die hang naar werkelijkheids effect, zoals - schrijft Barthes - 'blijkt uit de ontwikkeling van specifieke genres als de realistische roman, het dagboek, de documentaire literatuur, het fait divers, het historische museum, de tentoonstelling van oude voorwerpen, en vooral uit de ontwikkeling op grote schaal van de fotografie (. . .); de impliciete boodschap is dat de gerepresenteerde gebeurtenis werkelijk heeft plaatsgevonden'. Dát bestrijdt Barthes.
Het waren de twee grote obsessies die hij zijn hele carrière steeds opnieuw heeft verwoord. Wie spreekt er in een boek? Wat wordt er gezegd? Waarom denken we dat er staat wat er staat? Waarom is het beeld dat meestal in de literatuur wordt opgehangen, schrijft hij in De dood van de Auteur, 'tiranniek gericht op de auteur, zijn persoon, zijn levensverhaal, smaak en liefhebberijen'? De verklaring van een werk wordt steevast gezocht in de realiteit en bij degene die het gemaakt heeft. Maar woorden zorgen toch altijd voor een omweg; woorden leiden niet zomaar het leven van degene die ze gebruikt.
Wat is een tekst? Geschreven teksten verwijzen niet naar een werkelijkheid, ze maken die werkelijkheid, op zo'n manier dat lezers snel geneigd zijn haar ook voor waar en werkelijk aan te nemen."
|
|
|
What is an Author? - Michel Foucault |
|
Deel 3 in deze serie over auteurschap.
Michel Foucault: Qu'est-ce qu'un auteur? 1969
Dit essay is de tekst van een lezing gehouden voor de 'Societé Francais de
philosophie' op 22 februari 1969 (Foucault gaf een aangepaste versie van de lezing in 1970 in de VS)
Hier in de engelse vertaling van Josué V. Harari
In dit essay pleit Foucault voor een ruimer begrip van de 'auteur', namelijk niet als fictie die achteraf valt te reconstrueren, maar als functie in een vertoog, waarvan de betekenis kan verschillen per historische periode en per cultuur. Hij spreekt dan ook liever van een auteursfunctie.
Als introductie op de tekst:
Foucault proceeds in a fashion that may be termed his signature, for he does not wish to really pin down exactly what is an author per se, and seeks to identify the author in terms of how an author exists. The attention is thus turned away from a purely historically or socially based definition, as the relationship between the author and the text take center stage. This key relationship is the principal focus of the essay. "I wish to restrict myself to the singular relationship that holds between an author and a text, the manner in a which a text apparently point to this figure who is outside and precedes it." Foucault accepts that the author is dead and the text begins to appear more as a "game" of language, but this only raises more questions as we see so many accretions that the author seems to attract. What constitutes an author's work? What should be excluded or included, and at what point does a person begin to function as an author? Foucault also directs attention to the name of the author and its role in classifying works, both works which fall under one name and those which fall under another. Thus, one may say that Baudelaire's poetry is Baudelairian, and one may also say that the works of another poet may be Baudelairian. Foucault situates the name of the author within those aspects which comprise a broader authorial function. The author may also be held as a standard of quality, Shakespeare or Flaubert or Austen being a standard against which others works are judged. Finally, the author may be considered an actual, historical person to which the text points or refers. Holding tightly to his constant interest in the discursive elements that comprise a given society, Foucault designates the author as a function of discourse itself. "In this sense, the function of an author is to characterize the existence, circulation, and operation of certain discourses within a society." What becomes clear is that Foucault sees the author-function as one which reveals the convergence of a complex web of discursive practices. As these practices change or disappear and as new practices appear, the author-function will necessarily reflect those changes. Thus, the author-function can be described in sociohistorical terms as a practice or group of practices. (John R. Durant.)
|
|
|
Walter Benjamin - The Work of Art in the Epoch of its Technical Reproducibility |
|
Deel 2 in deze serie over auteurschap.
Walter Benjamin - Das Kunstwerk im Zeitalter seier Technischen Reproduzierbarkeit 1938
Hier in de engelse vertaling. Een nederlandse vertaling is niet online.
Het kunstwerk in het tijdperk van zijn technische reproduceerbaarheid, zoals het in het Nederlands bekendstaat, gaat niet direct over auteurschap, maar mag in deze reeks toch niet ontbreken omdat het dit auteurschap via de vraag naar het aura en de uniciteit van het kunstwerk in een tijdperk van opkomend de massaficatie via technische reproduceerbaarheid, als onderwerp heeft.
Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit : drei Studien zur Kunstsoziologie.
In drie essays, geeft Benjamin op telkens andere wijze de aanzet voor een historisch-materialistische kunsttheorie.
Benjamin's drie essays werden geschreven in de jaren 1930. Zij zorgden voor een belangrijke vernieuwing in de marxistische kunsttheorie. Het eerste opstel gaat over de invloed van de uitvinding van fotografie en film op de benadering van 'unieke' kunstwerken. Benjamin verklaart in dit kader de veranderde houding van het grote publiek ten aanzien van kunst. Het tweede essay is gewijd aan de mensen die bij de ontwikkeling van de fotografie betrokken waren: fotograferen, modellen en publiek. In zijn derde stuk belicht Benjamin leven en opvattingen van Eduard Fuchs, auteur van standaardwerken over de karikatuur en over erotische kunst.
Walter Benjamin's essay vertrekt van de vaststelling dat het wezen van de kunst sterk veranderd is sinds het in een tijdperk van technische reproduceerbaarheid is beland. De belangrijkste verandering is dat het kunstwerk zijn aura heeft verloren, waarmee Benjamin de echtheid, authenticiteit en het 'hier en nu' van het kunstvoorwerp bedoelt. De reproductie zorgt immers voor een absolute verwijdering van het eigenlijke kunstwerk, doordat ze het ontwortelt uit de traditie waarin het zijn oorsprong had en plaatst in een serieel, gemassificeerd bestaan. In éénzelfde beweging maakt de reproductie ook komaf met de cultuswaarde (de religieuze, politieke of sociale geladenheid van het object) door de tentoonstellingswaarde van het object te verabsoluteren. Hoewel de reproductie het kunstwerk in haar representatie dichter bij de mensen brengt (en in die zin democratisch is), is voor Benjamin het verlies groot. De ervaring van het unieke, authentieke voorwerp - waaraan het gewicht van het verleden kleeft - kortom, de ervaring van het auratische, wordt er door kapotgemaakt.
|
|
|
Walter Benjamin - The Author as Producer |
|
De komende dagen een aantal teksten over 'auteurschap'.
We beginnen in april 1934 met een lezing van Walter Benjamin getiteld 'Der Autor als Produzent'.
Hier in de vertaling van New Left Review uit 1970. (een betere vertaling - maar niet digitaal - is van Anna Bostock in: Walter Benjamin, Understanding Brecht, London, 1983)
De tekst werd oorspronkelijk uitgesproken voor The Institute of the Study of Fascism dat gevestigd was in Parijs, waar Benjamin op dat moment in ballingschap leefde voor de Nazi's. Het is een vrij moeilijke tekst die in eerste instantie begrepen moet worden in de context waarin die is uitgesproken. Het instituut stond een Sociaal Realisme voor waarin de inhoud het allesbepalende element was. Door nu politiek correctheid te verbinden aan kwaliteit, en dat vervolgens weer te definieren als technische innovatie zet Benjamin dit argument volledig op zijn kop. In sommige delen van de tekst stelt Benjamin dat politieke deugd gevonden kan worden in experimenteel, kritisch avant-gardisme.
New Left Review I/62, July-August 1970
WALTER BENJAMIN
THE AUTHOR AS PRODUCER
Il s’agit de gagner les intellectuels `la classe ouvrière, en leur faisant prendre conscience de l’identité de leurs dé-marches spirituelles et de leurs conditions de producteur. -Ramon Fernandez
You recall how Plato treats the poets in his projected State. In the interest of the community, he does not allow them to live there. He had a high idea of the power of poetry. But he considered it destructive, superfluous—in a perfect community, needless to say. Since then, the question of the poet’s right to exist has not often been stated with the same insistence; but it is today...
|
|
|
Vaast & Dennis in Metropolis M |
|
donderdag 16:oo uur Duvelhok Tilburg,
nu al in Metropolis M
|
|
|